Column: Sapstromen

Een paar weken terug hoorde ik voor ‘t eerst over sapstromen. Het schijnt dat planten die nodig hebben om blaadjes te krijgen en in de winter doen ze het dus blijkbaar niet. Het was een paar dagen lekker weer en meteen verwachtte heel Nederland dat zijn of haar tuintje wel in volle bloei zou staan. Niks daarvan. Maar okee, de sapstromen beginnen inmiddels hun werk te doen en ik kan al bijna niet meer door mijn heg heen kijken.

Dat gedoe over sapstromen deed me denken aan iets wat me al een tijdje fascineert. Pisvrees. Voor de vrouwelijke lezers van mijn blog: daar hebben sommige mannen last van. Ik persoonlijk niet overigens, laten we dat voorop stellen. Als ik moet, dan moet ik; het zal me werkelijk een worst (hèhè…) wezen hoeveel man er dan naast of achter me staat. Een ieder van mijn mannelijke vrienden zal kunnen bevestigen dat ik probleemloos mijn fiere straal in de pot laat kletteren. Dat maakt het ook dat ik me lastig kan verplaatsen in het hele verschijnsel.

Van wat ik heb begrepen maakt de pisvrees het onmogelijk om je plas te lozen wanneer er andere kerels in de buurt zijn. En tja, op sommige toiletten is dat nu eenmaal zo. Zeker als de hokjes bezet zijn, of af en toe te smerig voor woorden. En daar sta je dan, met je volle blaas. Dat is dus precies het gedeelte wat ik niet zo snap. Als je moet en je gaat niet; dan pis na een tijdje toch in je broek? Lijkt me toch net ietsjes genanter.

Begrijp me niet verkeerd: het lijkt me super vervelend, ik heb het te doen met de mannen die hier onder gebukt gaan. Iedere keer in spanning naar het toilet, hopend op een leeg en fris hokje. En ik vraag me meteen af: werkt het in een hokje dan wel meteen? Wat nu als het hokje naast je bezet is en de tijdelijke eigenaar van die twee vierkante meter grond er wat geluid bij maakt? Lastig.

En nu ik er zo over mijmer vraag ik me af of vrouwen hier überhaupt wel eens last van hebben!? Ik bedoel; die gebruiken nooit een urinoir of goot. Altijd in een hokje. Dus bestaat er wel zoiets als vrouwelijke pisvrees? Wat een raadsels.

Een hoop van onze gewoonten en gedragen zijn op een of andere manier terug te herleiden naar “de oermens”. Ons sociale gedrag, het “bij de groep willen horen”; dat doe je omdat je vroeger als eenling ten dode opgeschreven was. Voer voor de leeuwen. Maar wat dan als je buiten de groep, ergens achteraf je plas moet doen? Ga er maar aan staan! We mogen dus wel concluderen dat deze mannen eigenlijk de echte bikkels zijn. Niks om mee te spotten! En verder: succes.

 

Goedkoop is duurkoop?

Ik heb de laatste tijd weer wat spulletjes gekocht. Eens in de zoveel tijd is het weer zover, dan komt die behoefte naar boven. En hoewel ik me soms wel eens laat verleiden tot minder briljante aankopen moet ik zeggen dat de meeste euro’s toch goed besteed worden. Weinig spijt, tot nu toe…

Ik weeg m’n keuzes dan ook altijd goed af. Er wordt vooronderzoek gedaan op internet, waar ik zowel kijk naar de professionele reviews als gebruikerservaringen. Daar laat ik me meestal grotendeels door leiden, ik vind dat meer waard dan het verkooppraatje wat een verkoper in de winkel me kan vertellen. Natuurlijk, die hebben misschien verstand van zaken en zijn dagelijks met die spullen bezig. Maar toch; ze staan daar om je iets te verkopen. Omzet, dat is waar het onderaan de streep om draait.

Bij sommige beslissingen komt het onderbuik gevoel kijken, je kent het vast. Soms is dat gevoel positief, je beslissing “voelt” gewoon goed. En soms werkt het tegen je, denk je dagenlang nog “heb ik daar nu wel goed aan gedaan”. Dat laatste gevoel heb ik bij de aankoop van mijn was/droog combinatie. Door vele mensen afgeraden, toch gedaan. En of ik er goed aan heb gedaan, dat zal de tijd leren. Als je dat onderwerp interessant vindt, trouwens, lees dan vooral het boek “Start with why” van Simon Sinek, waarin wordt uitgelegd waarom beslissingen soms goed of juist niet goed voelen. Aanrader!

Goed, op naar de moraal van dit verhaal: een beslissing is meer dan alleen het afwegen van de positieve en negatieve punten. Er komt gevoel bij kijken en in sommige gevallen spelen er aan de zijkant nog allerlei belangen. Zo koop je waarschijnlijk eerder een fiets van je oom die een fietsenwinkel heeft, dan van een willekeurige andere fietsenboer. Niet omdat die fietsen nu per se beter of goedkoper zijn, maar omdat het je oom is. Is dat dan goed of slecht? Geen idee, maar het voelt als de juiste beslissing.

Toch proberen we in Nederland (en in de EU en daarbuiten net zo goed) kostte wat kost alle niet rationele overwegingen bij een aankoop zoveel mogelijk buitenspel te zeggen. En dan noemen we dat vervolgens: de aanbesteding. Het idee achter een aanbesteding is eenvoudig: je zet op papier wat je wilt hebben, laat aanbieders je daarop een voorstel doen en kiest vervolgens “de beste”. Maar is dat dan ook echt de beste? Stel dat 2 aanbieders beweren dat ze je exact hetzelfde kunnen leveren, maar aanbieder A) is 20% goedkoper. Op basis van de rationele feiten zou je zeggen: doen! Op basis van je onderbuik gevoel misschien niet?

Die aanbestedingen doen we niet omdat we daar zin in hebben, die doen we omdat het moet. Nog voor de aanvraag de deur uit gaat is het al geen vrije beslissing meer. Weg onderbuikgevoel. En dus zitten we nu met, ik noem maar wat, een Fyra die niet rijdt. Die voldeed op papier aan alle eisen en was goedkoper dan de concurrentie. Maar ja, die eisenlijst is altijd op meerdere manier te interpreteren. En wie zegt dat die gekke Italianen niet een paar vinkjes hebben gezet in kolommetjes, waar ze eigenlijk geen vinkje hadden mogen zetten? Vraag me af welke beslissing er genomen was wanneer de NS naar haar onderbuikgevoel had geluisterd.

Aan alle Prius rijders

Afgelopen week was er in de media veel te lezen over dit bericht: ‘Groene’ auto vaak niet zo zuinig (via NOS). Ik had even het idee dat ik een déjà-vu had. En terecht! Tik op google maar eens “zuinige auto niet zo zuinig” in (of klik hier). Genoeg berichtjes uit 2010 en eerder die over hetzelfde onderwerp gaan.

Het verhaal is heel eenvoudig. Fabrikanten geven allerlei schitterende cijfers op voor hun zuinige modellen. Met deze auto’s draagt u een steentje bij, wordt de aarde een beetje groener, dat soort onzin. De overheid wil graag dat wij om het milieu denken en heeft daarom allerlei belastingvoordeelregeltjes bedacht voor mensen die graag in een Prius stappen. Ik zou er persoonlijk nog niet dood in gevonden willen worden, maar dat terzijde. Ik zou sowieso niet graag dood gevonden worden, ook dat terzijde.

En nu (en al eerder blijkbaar dus ook) blijkt dat die ‘groene’ rijders helemaal niet de verbruikscijfers halen die door de fabrikant zijn opgegeven. Joh! Tot zover nog niks nieuws onder de zon zou je zeggen. Zou je zeggen, want blijkbaar is Den Haag hier wel heel verbaasd over. Er wordt nu ineens gevraagd om nieuwe tests.

Hoi mensen in Den Haag. Ik heb alvast een nieuwe test bedacht. Vraag aan de leasemaatschappijen de kilometerstanden en de getankte liters brandstof op. Deel het een door het ander, dan weet je precies wat een auto verbruikt. Bereken zo per maand of jaar het bijtellingspercentage en beloon de zuinige rijder. De rijder die zijn best doet om netjes te rijden en weinig brandstof te verbruiken. En niet de rijder die kiest voor de leukste cijfertjes in de folder. Als u mij voor dit briljante idee mocht willen sponsoren met een leuk bijtellingstarief, mijn gegevens zijn reeds bij u bekend.

Ik hoop dat ze die belastingvoordeeltjes met terugwerkende kracht terugdraaien. En dan vooral voor de Prius rijder die mij met 150 voorbij komt stuiven op de snelweg. Dat zijn vast dezelfde mensen die zo geirriteerd zijn om de Grieken en hun belasting-ontduik-fratsen. Maar ondertussen wel 14% bijtelling aftikken voor een auto die op die manier geen steek zuiniger is dan een normaal model. En lelijk.

Werken bij een groot bedrijf? Doen!

Nu ongeveer een half jaar geleden stopte ik met mijn baan bij mijn vorige werkgever. Na 5 jaar vond ik het tijd voor iets anders en ben ik op zoek gegaan naar de volgende stap in mijn carriere. Zoals je misschien weet, of anders kunt lezen op mijn site, werk ik tegenwoordig voor Atos (vroeger Atos Origin, die van het visje). En hoewel ik daar qua werkzaamheden ongeveer hetzelfde doe, is dit toch echt wel een andere baan. Van ongeveer 75 medewerkers naar 75.000 collega’s. Veel mensen vragen me: hoe is dat dan, werken bij zo’n groot bedrijf? Bij deze.

Vanaf het moment dat je naar je sollicitatie gaat is meteen wel duidelijk dat dit wel even iets anders is. In mijn geval mocht ik naar de HighTech campus in Eindhoven, wat sowieso al een toffe en inspirerende omgeving is. Er zitten daar veel tech bedrijven, namen waarvan je meteen denkt: “Hey! Ken ik!”. Een goed begin dus. De sollicitatie procedure was eigenlijk heel eenvoudig. Geen tests ofzo, gewoon twee gesprekjes en babbelen over je CV en ambities.

Eenmaal aangenomen begin je met (in mijn geval) 2 introductiedagen. De eerste dag krijg je, naast een stuk of 40 andere collega’s (wederom: in mijn geval, dat aantal schijnt te wisselen), meteen je toegangspas, laptop, SIM-kaart, VPN token, noem het maar op. De vrijdag ervoor had ik m’n pouleauto al voor de deur staan, werd bezorgd. Luxe! Tijdens de introductiedagen krijg je te horen hoe het bedrijf in elkaar zit, welke onderdelen er zijn en wat die doen. Ook wat er van je verwacht wordt; hoe je je uren inboekt, waar je e-learning modules kunt volgen, noem maar op. 2 Dagen volop informatie waarvan niet alles blijft hangen, maar het is een goed begin. En nog steeds kom ik soms collega’s tegen van “de intro”, lachen!

En dan aan de slag. De eerste dagen krijg je een buddy toegewezen die je wegwijs moet maken binnen het bedrijf. Daar kun je terecht met vragen, handig. Je gaat je Atos profiel maken zodat je aangeboden kunt worden aan klanten (afhankelijk van je functie natuurlijk). Even uitzoeken welke telefoon je wilt kopen van je budget in de phoneshop. Kortom: meteen onderweg. Netwerken is belangrijk, je collega’s wijzen je al snel op de koffieautomaat (hoewel ons nieuwe Enterprise Social Network deze snel moet gaan vervangen). Laat je zien en zorg dat mensen weten dat je openstaat voor opdrachten.

En dan het dagelijkse werken. Thuiswerken? Graag! De kantoorlocaties zijn beperkt, dus thuiswerken is geen vraag maar een must. Samenwerken doe je ook veel online. En soms face-to-face, bijvoorbeeld op ‘t Flight Forum in Eindhoven of in Utrecht. Dus ja, ik zit snel een uurtje in de auto om ergens te komen. Maar ook dat valt helemaal niet tegen. Gewoon op tijd weg (wel vroeg opstaan) maar vaak al voor 6 uur weer thuis. Dat lukte me bij mijn vorige baan nooit.

En er gebeurd echt vanalles! Zo hebben we een App Academy waar smartphone / tablet apps ontwikkelt worden. We hebben het Enterprise Social Network waar ik al over vertelde; een soort Facebook voor bedrijven. We hebben communities over allerlei onderwerpen waar je je voor kunt inschrijven. Die organiseren weer vaak (avond) sessies waar je veel van opsteekt. Weet je iets even niet zelf? Dan is de kans groot dat een collega je kan en wil helpen. En eigen initiatieven worden gewaardeerd! Dus ben ik nu community lead voor SharePoint, waardoor ik regelmatig online meetings heb met mensen uit Duitsland, Frankrijk en zelfs China. Boven het maaiveld uitsteken en opvallen in de menigte kan niet bij een groot bedrijf? Onzin. Tenminste, bij Atos dan.

Dus ja, ik zit wel op mijn plek! Mijn huidige opdracht loopt nog tot eind februari en dan gaan we weer kijken naar een nieuwe. En als het goed is ga ik nog ergens mijn best doen om de master opleiding voor SharePoint te volgen. Met misschien wel een tripje naar Redmond in het verschiet.

Werken bij een groot bedrijf? Doen!

Oh en ik moet er natuurlijk bij vermelden: als je interesse gewekt is, neem dan gerust contact op met me (jasper.siegmund@atos.net). Dan zorg ik dat je gegevens terecht komen bij recruitment. Of als je zelf contact opneemt, noem dan even mijn naam. Kan ik weer een leuk weekendje weg boeken 😉

Atos

Denkt u om uw privacy?

Even een kruising tussen een normale column en m’n techtalk vandaag. Want vandaag wil ik het met u hebben over “The Cloud”. Het is dé hype term van afgelopen jaar in IT land. En zelfs de postbode weet waarschijnlijk wel waar ik het over heb. Want nu tegenwoordig Google in the cloud zit, Apple een iCloud heeft en Microsoft al uw Windows data graag in the cloud wil opslaan, kunt u er niet echt meer omheen.

Goed. De cloud dus. Dat klinkt spannender dat het is. Als je het erg eenvoudig uitlegt is de cloud gewoon wat de meeste mensen beschouwen als “het Internet”. Waar staat je mail als je G-mail hebt? Op het internet. Waar upload je je foto’s naartoe als je Picasa gebruikt? Naar het Internet. Goed, maar het Internet is geen makkelijke marketing term omdat die inmiddels al veel teveel ingeburgerd is. Dus heeft men het nu over de cloud. Kortom: datacenters, volgepakt met computers en harde schijven: dat is de cloud.

Nu zijn er een hoop mensen die vinden dat je voorzichtig moet zijn met de cloud. Je moet er zeker niet zomaar al je gegevens naartoe kopiëren. Daar zijn verschillende argumenten voor zoals “je weet niet waar het staat”, maar nog belangrijker: “je weet niet wie er meekijkt”. Onder ieder nieuwsbericht wat over cloud diensten gaat zie ik diezelfde mensen weer reageren: “Pas toch op mensen! De geheime diensten kijken mee!”.

Ik ken deze mensen niet persoonlijk, toch heb ik ernstig het idee dat ze zichzelf zwaar overschatten. Ze verwachten namelijk dat, wanneer ze hun privé gegevens in de cloud parkeren, de overheid meekijkt bij alles wat ze doen. Daar zijn ze blijkbaar belangrijk genoeg voor. Ik vraag me op mijn beurt af: als dat al zo zou zijn, wat ik ten zeerste betwijfel, wat mogen ze dan niet vinden van je? Ik kan met recht zeggen dat het me geen zak zou uitmaken als de AIVD of wat mij betreft de CIA of FBI in mijn gegevens zouden zitten. Ik zou me ten eerste afvragen waar ze in hemelsnaam naar op zoek zijn, want zo interessant ben ik nu ook weer niet. Daarna zou ik me bedenken wat dat wel allemaal niet kost, van mijn belastingcenten. Tja, zo ben ik dan ook wel weer.

Mensen die heel hard roepen dat je niemand moet vertrouwen, die hebben blijkbaar wat te verbergen. Maar wat dan in hemelsnaam? Bewaar je de liefdesbrieven naar je vroegere vriendin zonder dat je vrouw dat weet? Of heb je wel eens sexy foto’s van je vrouw bewaard en die op Picasa gezet? Vind ik sowieso risicovol. Of staan er echt belastende foto’s op van jouzelf in adamskostuum terwijl je de kunst der zelfpleziering uitoefent? Tja ik gok maar wat mensen, want dat soort content heb ik dus niet.

Het vervelende is dat door deze hele discussie alles wat de cloud heet wordt beschouwd als onveilig. Zo ook hele goede initiatieven zoals het patiëntendossier. Wat is het nu makkelijker dan 1 centraal dossier waarin alle artsen kunnen lezen over jouw gezondheid? Maar nee, het zou zomaar eens kunnen gebeuren dat een arts meekijkt in je dossier terwijl die helemaal niets met jou te maken heeft. Waarom hij dat zou doen is een tweede, misschien regende het te hard om naar de golfbaan te gaan?

Volgens mij gaat het de meeste mensen helemaal niet om het feit dat anderen hun gegevens kunnen inzien. Je wil misschien alleen graag weten WIE dat dan zijn. Daar kan ik me wat bij voorstellen. Als de AIVD 2x per maand door mijn SkyDrive bestanden bladert; prima, maar dan wil ik dat op zich best weten. Want dan kunnen we eens Kamervragen laten stellen over wie die onzin gaat betalen. Als een dokter uit Groningen mijn patiëntendossier graag wil inzien dan mag dat wat mij betreft, maar dan wil ik het wel graag weten. Zodat ik eventueel eens aan de beste man kan vragen wat hij daar te zoeken had. Dat maakt het al een stuk prettiger om je gegevens neer te zetten. En geloof me: dat is technisch allemaal prima mogelijk. Of denkt u defensie niet weet wie hun top-secret bestanden leest? Oké, dan tel ik de vergeten USB-sticks even niet mee.

De automaat

Deze week zat ik op een flexplek, achter mijn laptopje te werken. Het leuke aan flexplekken is dat je iedere keer op een andere plek kunt gaan zitten en weer andere mensen tegenkomt. Dat werkt afwisselend en inspirerend, iedereen heeft zo weer zijn eigen nieuwtjes, ideetjes en gewoonten.

Mijn plek bevond zich dit keer vlak bij de automaten. De gratis automaat met koffie, thee, chocolademelk en soep. En twee betaalde automaten; één voor blikjes en een voor snacks en tussendoortjes. En die betaalde automaten, die trokken al snel mijn aandacht. Want wat misschien wel heel logisch is verbaasde me toch; de gemiddelde automaatbezoeker is echt fors zwaarder dan mijn gemiddelde collega.

Het meest bezoek diende zich ‘s middags aan. Ik begon me in te denken hoe dat moest zijn. Rond een uur of 2, inmiddels alweer even na de lunch, toch een beetje een knagend gevoel krijgen. Onrustig op je stoel zitten, de afweging maken of je toch maar weer moet gaan lopen of misschien beter toch niet. Onrustig kijken naar het klokje rechts onderin het beeld, nog lang geen 5 uur. Uiteindelijk dan toch maar opstaan. Een verlichtend gevoel omdat je eindelijk de stap gemaakt hebt. Een schuldig gevoel met dezelfde reden.

Voor het glas staan, zoveel keuze. Chocolade, of zoet? Proberen om toch nog gezond te doen, of gewoon het lekkerste nemen? Je goedgevulde portemonnee uit de broekzak halen om vervolgens alleen de chipknip maar nodig te hebben. Een keuze maken, zonder goede rede maar met gevoel. Het ijzeren spiraal zien ronddraaien waarmee de snack naar keuze zich langzaam naar voren beweegt. Hopen dat hij niet weer blijft hangen, dat is iedere keer zo’n gedoe.

Een zachte plof in de bak. In het donker graaien om in de hoek de plastic verpakking te voelen. Daar is dat gevoel van opluchting weer. Scheuren, geuren. Die hap waarvan je weet dat hij een korte periode van genot inluid. Jummie.

En dan vanavond weer braaf gaan sporten he? Blijkbaar niet.

Hey Google, hou eens op.

Al eerder schreef ik over Google’s poging om u het Google+ netwerk op te dringen. U weet wel, de tegenhanger van Facebook waar zoveel van verwacht werd. Maar waar Facebook laatst wist te melden dat er inmiddels 1 miljard actieve gebruikers zijn… 1 miljard… da’s 1 op de 7 mensen ter wereld. Afijn, daar blijft Google dus nog een beetje mee achter.

En dus is de zoekgigant op zoek naar manieren om ons naar Google+ te lokken. En dat doen ze op slinkse wijze blijkt. Het begon natuurlijk met de introductie van de +1 knop in de zoekmachine. Klikken terwijl je ingelogd bent = score voor Google, want dan krijg je meteen de mogelijkheid om je accountje aan te maken.

Daarnaast hebben ze die prachtige balk bovenin het beeld bij alle programma’s van Google. Daarin staan linkjes naar allerlei handige applicaties die je misschien ook wel wil gebruiken. Nee, Google. Dat wil ik helemaal niet. Ik wil gewoon fijn zelf bepalen welke programmaatjes ik wel of niet gebruik. Dwing me het niet op aub.

Goed. Het mooiste was toch wel afgelopen week. Ik zat op YouTube naar een filmpje te kijken en werd toen gevraagd of ik misschien mijn profiel wilde vervolmaken. Hartstikke mooi, zou op YouTube mijn volledige naam gebruikt worden, fotootje erbij, hatsjee. En ach, ik had wel even 5 minuten, dus ik vul dat formuliertje in en klikte op “JA!”. Nu moet ik toegeven dat er wel 2 “ik ga hier mee akkoord” vinkjes aangeklikt moesten worden waar wel erg veel tekst bij stond. Maar ik lees die teksten net zo goed als jij dat doet, dus vinken en gaan.

De volgende dag werd ik verrast door de mededeling dat een bekende me had toegevoegd op Google+. Huh? Op Google+? Zit ik op Google+ dan? Het duurde even voordat het kwartje viel, maar toen was de link natuurlijk snel gelegd. Een van die vinkjes op YouTube betekent blijkbaar: “ik knal mijn profiel op Google+ en dan mogen jullie dat fijn gebruiken om mijn fotootje op YouTube te laten zien”. En daar komt nog eens bij dat je dan met ieder YouTube bezoek ook meteen een actieve Google+ gebruiker bent. Handig voor de statistieken natuurlijk.

Bah. Daar hou ik dus niet van. Gelukkig is het ook heel eenvoudig om je profiel weer te verwijderen. Wel even op de vinkjes letten, want als je de verkeerde keuze maakt gooi je niet alleen je Google+ profiel weg, maar ook al je linkjes uit Google Reader en je foto’s uit Picasa. Hartstikke handig dat dat allemaal aan elkaar vastgeknoopt zit. Niet dan?

My new job!

As found on my website, I recently switched employers. After working for 5 pretty good years at Datamex Breda (in the south region of Holland), I decided it was time to get moving. After all, 5 years at your first company seems to be a pretty long time in todays world, and there’s definitely more out there.

So, what then? I needed some real change. Not a similar company doing similar things, but something really completely different. And I found that at AtoS. For those of you who don’t know AtoS, it’s a pretty huge company. Around the globe I’ve got about 75.000 colleagues. So sending an e-mail “to all” isn’t a real good idea any more. And even when you don’t know us, there’s a good chance you used one our services like credit card or online payments and watching the Olympic Games. Indeed, that’s us.

It won’t be a big surprise I’m still focussed on SharePoint. But instead of just focussing on development, I’m now titled an architect. The definition of an architect is kind of vague (in general that is), but it boils down to being the person (or part of a team) thinking and designing solutions instead of building them hands-on. Although I have some good years of SharePoint experience, I still lacked a bit of infrastructure knowledge. So last month I’ve been studying hard to earn SharePoint certifications. Passing the last one today, I can now proudly list the following certifications:

  • 70-573: SharePoint 2010 Application Development
  • 70-576: PRO: Designing and Developing Microsoft SharePoint 2010 Applications
  • 70-667: SharePoint 2010 Configuring
  • 70-668: PRO: Microsoft SharePoint 2010, Configuring

And that sums to MCPD and MCITP!

Besides that, I want to keep a good eye on what’s happening with Windows Azure and Office 365 / SharePoint Online. There’s a lot of movement going on in that world and I am convinced that migration and hybrid scenario’s will become more and more mainsteam.

So that’s that. While writing this I’m in my 5th week and I’m very satisfied with my job thusfar. I’ll keep on writing my blogposts, nothing will change there. The only thing which might change in the near future is the location of these blog posts. I’m looking for a good way of migration all of the content into my main website. But only when I can also create automatic redirects for existing content, so rest assured; all links will keep working!

Cheers!

Spatienazi’s

Zucht. Ze zeggen dat het maar saai zou zijn als iedereen hetzelfde was. Misschien is dat ook wel zo, maar soms zou ik het toch wel fijn vinden. Ik beschouw mezelf als hardwerkende Nederlander (ok, afgelopen maand niet, maar daar komt vanaf morgen verandering in). Ik verdien mijn boterham geheel zelfstandig, zorg ervoor dat ik een spaarcentje heb en leuke dingen kan doen. Daarnaast probeer ik mijn sociale contacten een beetje op peil te houden en zo kom ik de week wel door. Natuurlijk heb ik ook wel eens even niks te doen (of maak ik tijd om niks te doen), maar ik kan mezelf niet betrappen op ontzettend onzinnige activiteiten. Als u het hier niet mee eens bent, onderaan deze post staat de mogelijkheid om te reageren.

(more…)

Creatief met een Lowlands bandje

Even een stukje creativiteit tussendoor. Iedereen die wel eens (meerdaagse) festivals bezoekt kent de bandjes die je aan de ingang krijgt. Vooral die van Lowlands, Pinkpop etc. zijn nogal cult en oplettende mensen zien in de weken na zo’n festival nog genoeg mensen lopen met een bandje aan. En er zijn die-hards die hun bandjes jaaaaaaaaren aanhouden als bewijs / gedachtenis aan de mooie feestjes waar ze ooit geweest zijn. Maar de meeste mensen zijn ze na een paar weken wel zat, of mogen (willen) ze op het werk niet omhouden. Wil je je bandje later nog eens hergebruiken? Let dan goed op. (more…)